Get Adobe Flash player

DE EERSTE FEITEN

DE EERSTE FEITEN DIE AANTONEN DAT B.A.C.A.® WERKT.

INLEIDING

Bikers Against Child Abuse heeft in Amerika bijna 20 jaar ervaring met het versterken van misbruikte en mishandelde kinderen. Onlangs heeft men een onderzoek laten doen naar de effectiviteit van de werkwijze. De eerste onderzoeksresultaten zijn eind 2014 gepresenteerd op de internationale website. De resultaten geven een beeld van de gevolgen van een interventie door B.A.C.A.
In Nederland is nog geen onderzoek gedaan. Ook moet worden opgemerkt dat de situatie in Amerika af kan wijken ten opzichte van Europa, met name op gebied van de wet- en regelgeving, waardoor een verschil in (on)mogelijkheden per land een gewijzigde aanpak vereist.

RAPPORTAGE

Sinds 1995 is B.A.C.A. bezig met het versterken van kinderen om niet bang te zijn voor de wereld waarin ze leven. We zijn de strijd aan gegaan met de gevolgen van misbruik en hebben goede resultaten geboekt in de afgelopen twee decennia. We hebben zelf de veranderingen kunnen waarnemen van de de kinderen die wij steunen. We hebben ze zien groeien en floreren. We zijn getuige geweest van hun toegenomen kracht en moed waarmee onze kleine helden zijn opgestaan tegen hun misbruikers, hun verhaal vertelden en de muur van de misbruikgevolgen neerhaalden. Echter, naar de buitenwereld zijn deze resultaten niet zo zichtbaar.

De oprichter van B.A.C.A., ‘Chief’ Lilly, is een in Amerika gelicenseerde sociaal werker, een geregistreerde speltherapeut / toezichthouder en gaf zeventien jaar lang part-time les aan de faculteit aan de Brigham Young University. Onder zijn toezicht is onderzoek gedaan en naar voren gekomen dat de analyse die is gemaakt naar aanleiding van de effecten van de organisatie bij de kinderen significante verbeteringen lieten zien. Chief werd in zijn twintigjarige loopbaan, waarvan hij het meest met de zorg voor kinderen bezig was, zich ervan bewust dat het systeem veel kon betekenen voor kinderen maar nog onvolkomenheden vertoonde die moesten worden opgelost.

De twee meest voorkomende problemen die moesten worden opgelost waren het ontbreken van een afdoende mate van veiligheid voor kinderen en het tekort aan geld voor therapie. Zelfs met gerechtelijke middelen voor meer bescherming en het verwijderen van de daders uit de directe omgeving hadden de daders nog steeds vrij toegang tot de kinderen waardoor deze psychische schade opliepen. Het zou naïef en een verkeerde voorstelling van zaken zijn om te denken dat Justitie in staat is om deze kinderen op een continu basis te beschermen tegen hun daders. Verder was het een feit dat de misbruikte kinderen niet in aanmerking kwamen voor betaalde psychologische hulp omdat hun dossiers niet aan de basisvoorwaarden van bewijslast voldeden en daardoor hun dossiers werden gesloten. Terwijl het overduidelijk was dat een kind was misbruikt, was het slachtoffer vaak zo bang om bij te dragen aan de benodigde bewijslast, dat er niet voldoende werd opgebouwd om tot vervolging over te gaan. Chief realiseerde zich dat kinderen die veilig zijn veel beter in staat zijn om de waarheid te vertellen omdat de bedreigingen van een misbruiker geen vat op het kind hebben als het wordt omringd met toegewijde bikers die nu deel uitmaken van de wereld van het kind.

We zijn blij dat we de eerste maar duidelijke resultaten met de wereld kunnen delen in een resultatenoverzicht dat aantoont dat B.A.C.A. werkt. De resultaten van de data-analyses zijn bemoedigend en suggeren wat wij alang weten, namelijk dat B.A.C.A. een positief effect heeft op het reduceren van angst bij kinderen.

Na het publiceren van de eerste resultaten kijken we al uit naar het vervolg van dit onderzoek in de hoop de moeite van alle inspanningen om kinderen die het slachtoffer zijn geworden van mishandeling of misbruik te versterken verder te analyseren en onze middelen om ze van dienst te zijn verder te verbeteren.

 

Overzicht van de eerste analyse

Dit onderzoek en de metingen zijn belangrijk in het presenteren van de effecten van B.A.C.A. naar organisaties en bureaus die met kinderen werken en waarmee we mogelijk gezamenlijk kunnen optrekken met het doel om de veiligheid van kinderen te promoten.
Om het mogelijk te maken deze resultaten aan deze organisaties en bureaus te tonen is het nodig dat het onderzoek voldoet aan wetenschappelijke standaarden en volgens bepaalde protocollen wordt gehanteerd.

Een van deze standaarden is een berekening over het aantal benodigde gevallen om een geloofwaardig en gedegen weergave te geven van de metingen. De analyses die worden gepresenteerd zijn tot stand gekomen met gegevens die zijn met een Sterkte en Probleem enquete, een assessment dat is ingevuld door meerdere ouders / verzorgers en is gebruikt om gedragsproblemen en interpersoonlijke sterke punten vast te leggen van kinderen van vier tot zeventien jaar oud.

In dit onderzoeksproject werd er aan de ouders / verzorgers vier keer dezelfde vragen gesteld; 1) vooraf aan het initiële contact, 2) een of twee weken na de Level 1, 3) binnen zes maanden en 4) binnen een jaar. De onderzoeksmethode heet de Herhaalde Meet methode vanwege het aantal herhalingen en het aantal gevallen.

Het aantal gevallen voor deze methode is 150; de berekeningen zijn een eerste resultaatweergave omdat de analyse is gedaan op de eerste complete 35 sets, 27% van het in totaal benodigde aantal van honderdvijftig om de studie af te ronden.

Op 11 januari 2014 werd het totaal aantal gevallen bereikt maar moesten nog administratief compleet worden gemaakt met de vragen voor tijdsbepaling 3 en 4. De laatste administratieve handeling om alle benodigde data compleet te maken zal op 30 augustus 2015 zijn.

De eerste resultaten geven aan dat statistisch een significante reductie in emotionele druk is waargenomen na de B.A.C.A. interventie en dat deze in de tijd afneemt zolang de interventie loopt.

 

Bikers Against Child Abuse International – Data

Evaluatie Rapport – januari 2014 Gemaakt door Dee C. Ray, Ph.D., LPC-S, NCC, RPT-S

Beschrijvende data

Deelnemers: N=35; vrouwen: n=23, mannen: n=12 Leeftijd: bereik = 3-17 jaar oud; meander = 9.06 jaar.

Deelnemers per staat (USA):

Missouri 10
Oklahoma 7
Texas 4
Massachusetts 4
Ohio 3
Wyoming 2
Maryland 1
New York 1
New Hampshire 1
Utah 1
Washington 1

Deelnemers per onderzoeker:

Doc 12
Nancy 17
Stoop 6

Type misbruik / mishandeling:

Lichamelijk 3
Seksueel 19
Anders 1
Niet aangegeven 12

Statistische resultaten

De analyses die worden gepresenteerd zijn tot stand gekomen met gegevens die zijn met een Kracht en Probleem enquête, een assessment dat is ingevuld door meerdere ouders / verzorgers en is gebruikt om gedragsproblemen en interpersoonlijke sterke punten vast te leggen van kinderen van vier tot zeventien jaar oud.

 

Stress in het algemeen

Volgens het ANOVA principe (van het Engelse Analysis of variance) werden de scores gemeten van het stressgevoel in het algemeen.

Scores van de Kracht en Probleem enquête zijn op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.32, F(3, 32) = 22.77, p<.001, multivariate partial eta squared = .68.

Tabel 1. Beschrijvende statistieken voor algemene stress Score voor moment 1, 2, 3, & 4

Time Period N Mean Standaard afwijking
1 35 21.23 6.64
2 35 17.06 8.42
3 35 13.80 9.42
4 35 11.86 8.5

Intepretatie
Er was een stastisch duidelijk verschil met een erg groot effect gedurende de periodes. Tussen elke periode is een groot verschil te zien met uitzondering van moment 3 tot moment 4. De rapportages geven aan dat het probleemgedrag van kinderen het meest wordt teruggebracht gedurende de interventie met de grootste vermindering tussen de periode 1 en 3.

 

Emotionele nood

Een eenweg herhaald gemeten ANOVA was toegepast om de scores te bepalen van het gevoel van emotionele nood op de Kracht en Probleem enquête op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.38, F(3, 32) = 17.39, p<.001, multivariate partial eta squared = .62.

Tabel 2. Beschrijvende statistieken voor Emotionele nood voor moment 1, 2, 3, & 4

Moment N Mean Standaard afwijking
1 35 7.23 2.38
2 35 5.20 2.80
3 35 4.40 2.82
4 35 3.34 2.87

Intepretatie
Er was een statistisch significant verschil, met een groot effect, gedurende alle periodes. Het verschil tussen de periodes is groot te noemen, met uitzondering van moment 2 ten opzichte van 3 en 3 ten opzichte van 4. De verklaring hiervoor is dat de afname in de eerste periodes het grootst is en daarmee het meest van invloed is, met name in de eerste inventieperiode.

 

Gedragsproblemen

Een eenweg herhaald gemeten ANOVA was toegepast om de scores te bepalen van verandering in Gedragsproblemen op de Kracht en Probleem enquête op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.61, F(3, 32) = 6.94, p=.001, multivariate partial eta squared = .39.

Tabel 3. Beschrijvende statistieken voor Gedragsproblemen voor moment 1, 2, 3, & 4

Moment N Mean Standaard Afwijking
1 35 4.00 2.90
2 35 3.46 3.00
3 35 2.80 3.19
4 35 2.31 2.61

Intepretatie
Er was een statistisch significant verschil, met een groot effect, gedurende alle periodes. Het verschil tussen de periodes is groot te noemen met een gelijklopende verbetering in alle perioden.

 

Hyperactiviteit en Aandachtsproblemen

Een eenweg herhaald gemeten ANOVA was toegepast om de scores te bepalen van verandering in Hyperactiviteit en Aandachtsproblemen op de Kracht en Probleem enquête op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.40, F(3, 32) = 16.34, p<.001, multivariate partial eta squared = .61.

Tabel 4. Beschrijvende statistieken voor Gedragsproblemen voor moment 1, 2, 3, & 4

Moment N Mean Standaard Afwijking
1 35 6.37 2.50
2 35 5.26 2.94
3 35 4.17 3.42
4 35 3.74 3.04

Intepretatie
Er was een statistisch significant verschil, met een groot effect, gedurende alle periodes. Het verschil tussen de periodes is groot te noemen, met uitzondering van moment 3 ten opzichte van 4. De verklaring hiervoor is dat de afname in de eerste periodes het grootst is en daarmee het meest van invloed is in periode 1 tot en met 3.

 

Problemen in de omgang met andere kinderen

Een eenweg herhaald gemeten ANOVA was toegepast om de scores te bepalen van verandering in Hyperactiviteit en Aandachtsproblemen op de Kracht en Probleem enquête op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.62, F(3, 32) = 6.52, p=.001, multivariate partial eta squared = .38.

Tabel 5. Beschrijvende statistieken voor Problemen in de omgang met andere kinderen voor moment 1, 2, 3, & 4

Moment N Mean Standaard Afwijking
1 35 3.63 2.34
2 35 3.14 2.37
3 35 2.43 2.12
4 35 2.46 2.12

Intepretatie
Er was een statistisch significant verschil, met een groot effect, gedurende alle periodes. Het verschil tussen de periodes 1 tot 2 en 3 tot 4 is niet groot te noemen. De verklaring hiervoor is mogelijk dat de afname in de eerste periodes het grootst is en het grootst in periode 1 tot en met 3.

 

Vriendelijk en behulpzaam Gedrag

Een eenweg herhaald gemeten ANOVA was toegepast om de scores te bepalen van verandering in Vriendelijk en behulpzaam Gedrag op de Kracht en Probleem enquête op moment 1 (voorafgaand aan de interventie), moment 2 (opvolgend…), moment 3 (opvolgend …), en moment 4 (opvolgend…). Er was een significant verschil in tijd, Wilks’ Lambda=.91, F(3, 32) = 1.07, p=.38, multivariate partial eta squared =.09.

Tabel 6. Beschrijvende statistieken voor Vriendelijk en behulpzaam Gedrag voor moment 1, 2, 3, & 4

Moment N Mean Standaard Afwijking
1 35 7.80 2.27
2 35 7.80 2.34
3 35 8.23 2.26
4 35 8.37 2.33

Intepretatie
Er was geen statistisch significant verschil gedurende alle periodes. Hoewel, er was een medium effect waarneembaar dat weergeeft dat er enige verbetering is tussen moment 1 en 4. De rapportages geven aan dat het niveau van vriendelijk en behulpzaam gedrag in de hele periode relatief stabiel bleef. Opgemerkt dient te worden dat de pre-test mean score (7.8) dicht bij gemiddeld (8.0) zat, wat betekent dat de kinderen dicht bij de gemiddelde leeftijd zaten.